Verantwoording 24 Procent van de studentes overweegt een carrière als escort

Per toeval struikelde ik een aantal weken geleden over een kort nieuwsberichtje op De Utrechtse Internet Courant (DUIC). Dit berichtje, met de info overgenomen van het persbericht van Jobbird, had als insteek dat steeds meer studentes werk zochten als escort.

Hoewel dat volgens diezelfde cijfers klopt, miste DUIC volgens mij het belangrijkste nieuws. Niet dat steeds meer studentes als escort werken, maar dat maar liefst meer dan een vijfde van de studentes het serieus overweegt. Dat is een enorm aantal! Uit cijfers van het CBS blijkt het om meer dan 86.500 studentes op HBO en WO te gaan die overwegen de prostitutie in te gaan.

Validiteit
Hier rook ik nieuws, maar uiteraard nam ik die cijfers met een flinke korrel zout. Zulke aantallen, dat kan bijna niet. Ik vroeg bij Jobbird het onderzoek op en kreeg dat diezelfde dag doorgestuurd. Er miste echter vanalles: het document dat ik had bleek meer een soort samenvatting van de resultaten te zijn. Ik belde Jobbird, die me doorverwezen naar Rianne Boven. Zij werkt als communicatie-expert bij Jobbird en een zusterbedrijf Smart Ranking. Na enige dagen stuurde ze mij de volgende verantwoording van het onderzoek:

“Het onderzoek is online afgenomen onder 201 HBO en WO (vrouwelijke) studentes middels een Google Formulier. Wanneer studentes solliciteerden bij Jobbird en gegevens achterlieten kregen ze automatisch een enquête via de mail toegestuurd. De enquête is opgesteld door onze stagiaire Communicatie, die druk bezig is geweest met het schrijven van content en PR, en goedgekeurd door een vaste medewerker. Deze enquête bestond uit een vragenlijst van 7 vragen waarbij gebruikt is gemaakt van een ja/nee-vragen, open vragen en een 4-puntsschaal. Vervolgens zijn statistische toetsen toegepast om de resultaten om te zetten in percentages.

Door de enquête in te vullen maakten de studentes kans op een VVV dinercheque ter waarde van 30 euro. Op deze manier hebben wij een correcte afspiegeling van de Nederlandse studenten proberen te realiseren. Uiteraard zitten en er enkele haken en ogen aan de segmentatie van de doelgroep: we hebben de enquête voornamelijk verspreid onder werkzoekenden. Zonder baan ben je wellicht eerder geneigd om als escort aan de slag te gaan, dan wanneer je al goed bijverdient.”

Op aanraden van mijn SLB’er Cindy van Summeren, met wie ik deze mail besprak, leende ik in de mediatheek het boek “Wat 93.7% van de Nederlanders moet weten over opiniepeilingen” van W. Tiemeijer. Volgens het boek zijn enquêtes via internet minder onbetrouwbaar dan ze lijken, mits er goede weging wordt toegepast. Jobbird geeft aan statistische toetsen toe te passen om de resultaten te verwerken, dus dat is een vinkje.

Ook stelt het boek dat de grootte van de steekproef (want daar gaat het hier om) minder belangrijk is dan de samenstelling van de ondervraagden. Het moet tenslotte gaan om een groep respondenten die representatief is voor de grote groep die je wil onderzoeken. Als het bijvoorbeeld een onderzoek is dat gaat over “De bevolking van Nederland”, mag geen enkele groep ondervertegenwoordigd zijn. In mijn geval gaat het om “hoogopgeleide studentes in Nederland”, wat een vrij specifieke groep betreft: het zijn vrouwen en ze volgen een opleiding in dit land. Het probleem bij een zelfselecterende steekproef is dat iedereen zijn mening kan geven. Dat is hier getackeld door alleen maar hoogopgeleide vrouwelijke studenten mee te laten doen.

Het boek concludeert dus eigenlijk dat een kleinere steekproef eveneens uitstekende resultaten kan geven, mits daadwerkelijk een juiste afspiegeling van de onderzoeksgroep heeft meegedaan. Dat is hier het geval.

Wel is het zo dat er een zekere onoverkomelijke foutmarge zit in de getallen. Er bestaat altijd een kans dat – om welke reden dan ook – de respondenten er net een fractie anders over denken dan de doelgroep in zijn geheel.

Opbouw en voorbereiding
Tot mijn grote verrassing kon ik concluderen dat het onderzoek daadwerkelijk inhoud had. Als ik het door laat rekenen, zijn er daadwerkelijk vele duizenden studentes in Nederland die overwegen de prostitutie in te gaan. Dat lijkt me hard nieuws.

Daarna schreef ik een verdere opzet. Wie ga ik spreken en wat ga ik vragen? Uiteraard had ik Rianne Boven al gehad.

In mijn persoonlijke kring vond ik iemand die overwoog om escort te worden. Ze wenst om privacyredenen onbekend te blijven, dus noem ik haar Shaille in het artikel. Ze vertelde ooit die richting goed bekeken te hebben.

Ook wilde ik graag met Hendrik Wagenaar praten, een internationaal erkende prostitutie-expert en professor Stadsplanning aan de universiteit van Sheffield. Hij mailde me echter vrijwel direct terug dat hij op dit moment in de drukste periode van het academisch jaar zit, waarin hij alle scripties van promovendi moet nakijken en dergelijke. Hij en zijn collega’s hadden simpelweg geen tijd. Hij gaf me de tip mee: “Interview een studentenescort of beter, laat een vriendin van je dit doen.” Ja, dat had ik ook al bedacht. Weinig zinnigs verder.

Daarnaast had ik PROUD, de vakbond voor sekswerkers, op mijn lijstje staan. Eenmaal ter plaatse bleek dat PROUD en het Prostitutie Informatie Centrum (PIC) in hetzelfde gebouw, midden op de Wallen, hun kantoor hebben. Die laatste kon mij beter verder helpen, omdat ze meer objectieve informatie hadden. Dat komt omdat bij het PIC meer onderzoekers werken en bij PROUD meer ervaringsdeskundigen. Daarom heb ik ter plekke besloten PROUD te schrappen en PIC te spreken voor een verdere verklaring van de cijfers.

De cijfers over de hoeveelheid studenten heb ik van het CBS. Over cijfers van escorts in het algemeen is weinig bekend. Er lijkt nergens te worden geregistreerd hoeveel mensen zich écht met sekswerk bezighouden, er kunnen alleen vage schattingen worden gemaakt van de meer zichtbare vormen zoals raamprostitutie en tippelzones. Escorts zijn lastiger te vinden en de branche is lastig te onderzoeken, omdat ze vaak om privacyredenen niet te spreken zijn en er geen zicht op hun aantallen is. Wel zijn er enige publicaties (o.a. van de Universiteit van Groningen) over escortbureaus, maar dat geeft geen zicht op het aantal escorts dat daar werkt.

Ik heb er bewust voor gekozen geen escortbureau aan het woord te laten om de objectiviteit beter te kunnen handhaven. Ik koos in plaats daarvan voor de onafhankelijke expert Berna Meijer van PIC.

Doelgroep en competenties
Het artikel is geschreven als nieuwsbericht. Dat zou het geschikt maken voor een traditioneel nieuwsmedium, maar met jongere lezers: NRC.NEXT. NEXT schrijft voor jonge, hoogopgeleide lezers (zoals studenten) en (zo blijkt na een korte LexisNexisgang) schuwt sekswerk als onderwerp ook niet.

Hoewel NEXT op het web niet veel tools gebruikt, wordt er in de papieren editie erg veel gewerkt met visualisaties en cijfers. Op de NRC-site wordt wel af en toe gewerkt met grafieken. Daar komt mijn onderwerp ook nogmaals bij kijken. NRC maakt weinig gebruik van tussenkopjes.

Er zijn meerdere competenties waar dit stuk voor bedoeld is. Allereerst diversiteit in genres en doelgroepen. Die is makkelijk te verklaren: ik miste in mijn portfolio zowel een nieuwsbericht als de doelgroep van een krant. Diepgang en complexiteit zit hem vooral in het verifiëren van de betrouwbaarheid van het onderzoek. Dit verwijst door naar het leerdoel: “Kan tabellen en cijfermatig materiaal over een complex maatschappelijk onderwerp lezen, interpreteren, de significante elementen eruit selecteren, en in tekst verwerken.”

Daarnaast gaat het natuurlijk ook om samenhang in competenties en zelfstandigheid. Zo heb ik bewust gepland en zijn mijn bronnen en keuzes allemaal zelf geregeld en overwogen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *