Verantwoording: Locals als reisjournalist (reflectieproduct)

In dit onderzoeksverslag komt de kernkwaliteit “Reflecterend Vermogen” naar voren. Om tot een goed lopende reflectie te komen, ben ik maanden geleden begonnen met de Bachelor Circle, onder leiding van Ron van Dooren.

Ik vond dit onderdeel om twee redenen vanaf het begin het lastigste. In de eerste plaats is de opdracht uitzonderlijk breed en ruim interpretabel. Om het doenbaar te houden, heb ik gekozen voor de oplossing van een reflectieproduct met een vrij specifieke, afgekaderde onderzoeksvraag. Volgens de omschrijving van de kernkwaliteit moet je “een visie hebben op het vak van journalist, op de verantwoordelijkheden die je hebt tegenover je werkgever, je publiek of misschien zelfs tegenover de samenleving als geheel”, iets waarmee je echt alle kanten op kunt.

Daarnaast vond ik dat eerdere onderzoeken van een heel ander vlak waren dan dit onderzoek. Tenslotte heeft deze opleiding ons opgeleid tot journalisten, niet tot onderzoekers. Een journalistiek artikel heeft uiteraard vaak ook onderzoek nodig, maar wetenschappelijke onderzoeksvraag vereist onderzoek van een heel andere vorm. Daar ben ik niet aan gewend.

Daarom heb ik gebruik gemaakt van alle kansen op formatieve feedback en veel overlegd met verschillende docenten erover. Verreweg het belangrijkste dat uit de feedback naar voren kwam (bij de tweede feedbackronde) was dat ik geen literatuurbronnen gebruikte. Volgens de feedbackdocent Cindy van Summeren was dit cruciaal en zijn er vele mogelijke manieren om literatuur in je artikel te verwerken. Ik heb haar commentaar erg serieus genomen en ik ben opzoek gegaan naar artikelen en experts op internet en in boeken.

Ik begon met het opstellen van mijn hoofdvraag tijdens de Bachelor Circle. Daar heb ik hem ook toegespitst tot hoe het nu is geworden.

Het zoeken van informatie ging me redelijk goed af. Ik had – mede door mijn stage bij National Geographic – al heel snel een gesproken bron te pakken. Het was namelijk gewoon een collega van me. De andere bronnen die ik sprak wilden ook graag meewerken en gaven veel nuttige informatie.

Met de bronvermelding heb ik nog wat moeite gehad. De bronnenlijst zelf was niet zo’n probleem, maar het benoemen van de bronnen in de tekst wel. Ik heb, om de leesbaarheid te vergroten, overwogen om voetnoten te gebruiken in plaats van het vermelden van namen in de tekst zelf, maar dat bleek lastig te handhaven via APA. Daarom heb ik ervoor gekozen om de namen gewoon in de tekst te laten staan.

Tweede poging

De eerste keer haalde ik het helaas niet. De feedback van de assessoren:”Zorg in eerste instantie voor een logische opbouw van je reflectiestuk. Wat is precies de achtergrond van het probleem? Wat is er aan de hand ín de reisjournalistiek? Dat leidt uiteindelijk tot een onderzoeksvraag. Daarna ga je bekijken: wat is er al bekend over dit onderwerp, om vervolgens deskundigen / het veld te bevragen. Zo kun je dus ook zorgen dat je je bevindingen uit theorieën, onderzoek en literatuur kunt voorleggen aan de mensen die je interviewt. Vervolgens ga je toe naar een conclusie en geef je je eigen, duidelijk onderbouwde visie op dit onderwerp.”

Daarom heb ik als eerste de opbouw van het verslag omgegooid. Na wat denkwerk kwam ik tot de conclusie dat het inderdaad niet helemaal logisch was. In de eerste instantie had ik een hoofdstuk “oplossing”, waarin ik een idee aandroeg dat verder onderzoek vereist maar wat wel een mogelijkheid zou kunnen zijn. Aangezien dat idee niets met het voorgaande deel, namelijk de bronnen en hun resultaten, te maken had, is het slimmer om dat hoofdstuk om te dopen tot “discussie”, enigszins uit te breiden en het onder de conclusie te plaatsen.

Dit hoofdstuk bevat hetzelfde idee als de eerste keer, maar deze keer veel beter onderbouwd, onder andere met nieuwe bronnen. Dat is wellicht de belangrijkste aanpassing van het hele portfolio, deze tweede keer.

Over die nieuwe bronnen: door het hele product heen heb ik een aantal nieuwe bronnen toegevoegd, waaronder een gesproken bron. Arnout Arens werkt bij de VPRO en was van 2012 tot en met 2014 hoofdredacteur van het programma Metropolis, op NPO3. Dit programma werkt met het concept dat ik aandraag, zij het met een doel dat niet per se reisjournalistiek is. Ze hebben namelijk een wereldwijd netwerk van tientallen correspondenten in steden, aan wie zij bepaalde maatschappelijke verschijnselen voorleggen met de vraag wat de kijk in hun land/stad daarop is. Precies dat concept zou evenzo gebruikt kunnen worden voor reisjournalistiek.

Daarom heb ik contact gezocht met Vera Boonman, een cohortgenoot die stageliep bij de VPRO. Zij gaf me het mailadres van de regisseur en presentator van Metropolis, Stef Biemans. Hij zit echter in Nicaragua op het moment en hoewel hij graag vragen wilde beantwoorden, dacht hij dat Arnout Arens een betere optie was. Arens begon bij Metropolis als webredacteur en werkte er in de loop der jaren op alle functies. Hij eindigde als eindredacteur. Biemans gaf me zijn mailadres en ik heb hem meteen een mail gestuurd met de vraag of ik hem kon bellen.

Een dag later was ook dat geregeld: ik interviewde Arnout over de opzet van het programma en zowel over de voor- als nadelen van het concept. Ik legde hem een aantal nadelen voor die hij zelf weerlegde en hij vertelde alles wat ik wilde weten over de regeling met de correspondenten en wat voor mensen het waren. Eigenlijk alles wat ik wilde weten. Hij was zelf erg positief over het format.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *