48 uur in Valletta

Verfijnd is niet een woord waarmee je de hoofdstad van Malta zou beschrijven. De ruwe gebouwen ontkennen elke kleur behalve zongebleekt geel. Valletta is een op het oog sobere, militaire stad, met verborgen schoonheden.

De stad kijkt uit over de Grand Harbour, een van de grootste strijdtonelen van het Middeleeuwse Europa. In 1565 trok een Ottomaans leger van maar liefst 40.000 mannen ten strijde tegen 8000 Maltezers, om vervolgens jammerlijk verpletterd te worden in een maandenlange slachtpartij. Toen de winst in de zak was, liet de paus zijn eigen persoonlijke architect een nieuwe hoofdstad ontwerpen voor het eiland: Valletta.

Dag 1

Ochtend: Rondvaart in de Grand Harbour.
Vanaf het vliegveld rijdt elke bus in zo’n twintig minuten naar het centrale busstation van het land, recht voor de massieve poort van de stad. Over de drooggelegde gracht, door de stadspoort, kom je meteen op de hoofdstraat van de stad: Republic Street, of Triq Ir-Republika. Deze kaarsrechte straat loopt vanaf de stadspoort naar Fort St. Elmo, een van de oudste bouwwerken van de stad. Republic Street is de drukste en bekendste straat van het land. Aan deze straat grenzen grootse gebouwen zoals het oude paleis van de Grootmeesters van de Maltezer Orde, met een kale, Spartaanse buitenkant en een Oosters ogende – en geurende – binnentuin. Ook ligt de St. Johns Co-Cathedral, de grootste kerk van het land, langs deze weg. De majestueuze kerk valt nauwelijks op in het vergeelde straatbeeld. De plattegrond van Valletta is een raster. Elke straat is recht en lang, met Republic Street als ruggengraat.

Sla linksaf als je aan je rechterhand de kathedraal ziet opdoemen, richting St. John’s Street. Het is de vijfde zijstraat van Republic Street. Deze straat eindigt vlakbij de kade van Sliema Ferries, de bootlijn die mensen naar de stad Sliema brengt, aan de overkant van de Marsamxett Harbour. Hier worden verschillende cruises aangeboden die je vanaf het water elke inham en elke grot van de twee grootste natuurlijke havens van het eiland laten zien: Marsamxett Harbour en de nog grotere Grand Harbour.

Middag: Traditionele lunch en de kathedraal
Tegen de middag merk je waarom je op elk moment water en zonnebrand bij de hand moet hebben. De temperaturen stijgen, maar gelukkig zijn er vele airconditioned cafeetjes waar je een traditionele en goedkope Maltese lunch kunt krijgen: hobz biz-zejt. Een broodje (ftira, in het Maltees) met tonijn, olijf, een pasta van (zongedroogde) tomaat en kappertjes. Elke chef geeft zijn eigen draai en naam aan het gerecht, maar ze smaken allemaal even goed.

Vervolg je weg naar de magnifieke St. Johns Co-Cathedral. Van buiten een weinig indrukwekkende kerk, opgetrokken uit hetzelfde zongebleekte kalksteen als de rest van de stad. Het geheim bevindt zich echter binnen: deze kerk is het hoofdkwartier van de Maltezer Orde, een katholieke ridderorde die zo’n vier eeuwen lang het reilen en zeilen van het eiland bepaalde. De orde is erg nauw verbonden met Malta en overal op het eiland is hun erfgoed te vinden.

Zo simpel de kerk vanbuiten is, zo uitbundig is hij vanbinnen. Het is een toonbeeld van barok, zowel in kunst als in architectuur. Schilderingen van verschillende Italiaanse meesters zijn binnen te vinden, evenals vele praalgraven van grootmeesters en hooggeplaatste ridders van de Orde.

Het interieur van de kathedraal. Foto: wikimedia.

Verwijzingen naar de Orde, het geloof en de geschiedenis zijn overal te vinden in de symboliek. De achtpuntige ster van de Orde bijvoorbeeld, is terug te zien op bijna alle schilderijen, gevels en souvenirs. Overal staan standbeelden van grootmeesters, de straten zijn vernoemd naar patroonheiligen of daden van de ridders.

Avond: Goedkoop eten en het nachtleven van San Giljan

Zoek je weg terug naar het busstation door de stad. Overal in Valletta zijn de straten lang en recht, en de gebouwen hoog. Zoek de schaduw op onder de vele balkonnetjes, of ga door de smalste straatjes, waar de gebouwen je beschermen tegen de zon. De kleinste steegjes, vaak niet breed genoeg voor auto’s, zitten toch vol met cafeetjes en winkeltjes. Loop via de Hastings Gardens voor een verrassend uitzicht over de stad, in plaats van over de baai.

Voor twee euro neem je bus 13, 14 of 16 naar San Giljan, of St. Julians in het Engels: de voorstad van Valletta, bekend om zijn uitbundige nachtleven. De hele nacht rijden er nachtbussen terug naar Valletta, eens per uur, voor wie de avond liever in zijn eigen hotelkamer afsluit. Overal heb je smalle straatjes waar maar één auto tegelijk doorheen past. Vaak zijn ze volgebouwd met terrassen. Zo ook de Triq Ball, waar je bij Huggins voor een tientje prima kunt eten. Hoewel de toeristen hier domineren, vind je op elke menukaart een ‘Maltese Platter’, een schotel met allerlei lokale hapjes zoals een pasta van zwarte bonen, gekruide feta en een Maltees worstje.

Op het Paceville Piazza, bezaaid met clubs, kroegen, cafés, lounges en cocktailbars, begint de nacht. Bezoek wodkabar Qube of salsaclub Fuegos.

DAG 2

Ochtend: Ontbijt en de ‘Malta Experience’
Valletta ontwaakt met de geur van vers brood, met een zilt briesje vanuit zee en een hint anijs. Van de geur op straat wordt je sneller wakker: de lucht van sterke Maltese koffie hangt overal. Ontbijt bij J’Oli, een hippe saladebar die ook prima broodjes (uiteraard ook hobz biz-zejt, als je het na gisteren nog eens wil proberen) en smoothies verkoopt, waar de Maltese hipster prima aan zijn trekken komt.

Vind vervolgens je weg terug naar Republic Street en volg die helemaal tot aan het einde. Sla rechtsaf en ontdek de Malta Experience, een onmisbaarheid voor iedereen die wat kennis wil hebben over het land en het eiland. De tour omvat een film over de geschiedenis van het eiland en, afhankelijk van het ticket dat je koopt, een rondleiding door het Fort St. Elmo. Ook krijg je een rondleiding in het oude militaire ziekenhuis dat de ridders bouwden. Het statige hoge gebouw doet nu deels dienst als internationaal conferentiecentrum.

Middag: Het Grootmeesterspaleis en de wapenkamer
Naast de kathedraal bevindt zich – uiteraard aan de Republic Street – het voormalige paleis van de Grootmeester van de Orde. Dit paleis is een toonbeeld van de architectuur van de stad: hoekig en weinig verfijnd. In tegenstelling tot bij de kathedraal trekt deze stijl zich ook binnen verder door. Hoewel de vloer ingelegd is met mooie mozaïeken en er overal schilderingen te bewonderen zijn, is de stijl vrij grof, weinig gedetailleerdheid. De grandeur van de Italiaanse barokmeesters uit de kathedraal mist.

Toch is het een bezoekje waard, niet alleen maar om de brandende middagzon te ontvluchten. Een grote collectie zeldzame kanonnen, lansen, sabels en ander wapentuig van de Ridders is uitgestald in hun eigen oude wapenkamer. Ook de rijk gedecoreerde harnassen van verschillende grootmeesters zitten in de collectie.

Avond: De kanonnen van de Upper Barracca Gardens

Zorg dat je om 16.00 bij de tuinen in het zuidwesten van de stad bent. In de Upper Barracca Gardens staan acht grote kanonnen, uitkijkend over de Grand Harbour. Elke dag wordt een van deze kanonnen afgevuurd, stipt om 12.00 en 16.00 uur, om het begin en het einde van de dag aan te geven. De enorme knal weergalmt door de hele stad en werd in vroeger tijden gebruikt om het openen en sluiten van de poorten voor handelaars kenbaar te maken.

In de tuinen ligt de Upper Barracca Kiosk, met een mooi terras om je dag af te sluiten met een frisse ijskoffie of een glas Maltese wijn. Zoek vervolgens de zijstraatjes af voor een eetgelegenheid naar keuze. Elke zichzelf respecterende Maltese kok kent drie specialiteiten: konijn, paard en inktvis. Evenals met de hobz biz-zejt heeft ieder zijn voorkeur: wordt het een kruidig stoofpotje of een konijnenboutje met witte wijn en knoflook? Inktvis met tomaat-olijvensaus? Eigenlijk maakt het niet uit: een traditioneel gerecht bij een ondergaande Mediterraanse zon is alles wat je nodig hebt.

De kanonnen bij de Upper Barracca Gardens. Foto: wikimedia.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *