Verantwoording 48 uur in Valletta

Het idee voor het 48 uur in Valletta-artikel was vrij snel bedacht. Door mijn stage bij National Geographic Magazine en de website ontdekte ik van het bestaan van dit concept. De 48 uur in-rubriek is een bestaande vorm die National Geographic Traveler hanteert, een zustertijdschrift dat op dezelfde redactie (maar door andere mensen) gemaakt wordt.

Dat is dan ook de doelgroep: lezers van de website van National Geographic Traveler. Volgens hun eigen site is hun ijkpersoon “een wereldreiziger, nieuwsgierig naar andere culturen, houdt van fotograferen, kan genieten van het comfort van een luxe hotel maar trekt er ook op uit met een rugzak en tent, altijd op zoek naar de mooiste plekken op aarde en ziet Traveler als een autoriteit op reisgebied”.

Het idee van de rubriek is elke keer hetzelfde: ga naar een grote stad, verblijf daar 48 uur en geef reisverslag-achtig schema van wat je gedaan hebt en waar je naartoe gaat. Het zijn tips met een sfeerbeschrijving voor mogelijk toekomstige reizigers.

Voorbereiding
Zoals duidelijk moge wezen heb ik voor de hoofdstad van Malta, Valletta, gekozen. Ik zocht een hostelletje ter plaatse en heb me wat ingelezen, maar niet teveel. Ik leerde op de redactie dat je wel wist waar je naartoe moet gaan, zodat je in ieder geval een beetje een idee hebt waar je terechtkomt, maar dat de eerste indrukken en ervaringen ook heel belangrijk zijn.

Ter plaatse heb ik mijn zintuigen opengezet. Geuren, indrukken, opmerkingen, en andere opvallendheden schreef ik op in mijn telefoon of op mijn kladblokje, dat ik overal bij me had. Op die manier kwam ik aan de informatie. Ik had van tevoren veel andere 48 uur in-stukjes gelezen, waardoor ik ongeveer wist waar ik op moet letten zonder mijn eigen stijl uit het oog te verliezen.

Schrijven
Ik kan als schrijver verschillende stijlen aan- en overnemen, maar mijn eigen stijl komt – ik denk mede door mijn stage – vrij gelijk aan die van NatGeo. Dat houdt in: redelijk formeel en relatief lange zinnen.

Na die 48 uur in Valletta begon ik met schrijven. De vorm (twee dagen onderverdeeld in drie dagdelen) bestond al, daar heb ik me dan ook aan gehouden op de manier die Traveler zelf aangeeft. Ik heb het tenslotte voor Traveler geschreven.

Toen ik klaar was met een eerste versie stuurde ik die op voor formatieve feedback. Die was werkelijk minimaal: het voornaamste was het advies om er een kaarttooltje bij te maken.

Dat heb ik gedaan: ik heb een mapboxje gemaakt met alle plekken die vernoemd worden in het artikel. Het probleem is dat de website van NatGeo Nederland geen tools kan embedden. Ik heb het dus alleen gemaakt als toevoeging voor mijn portfolio, om ook een klein beetje digitale invloed erin te verwerken. In het echt zou NatGeo dit echter dus niet kunnen publiceren.

Feedback NatGeo
Vervolgens stuurde ik mijn artikel op naar Paul Römer, redacteur en content manager van Traveler. Hij stuurde het vervolgens door naar Veerle Witte, Digital Nomad en redacteur, maar ook de begeleidster van de stagiairs van Traveler. Ik heb zelf dus niet bijzonder veel met haar te maken gehad, omdat ik bij Magazine zat, niet bij Traveler.

Veerles commentaar was een stuk uitgebreider dan dat van de formatieve-feedbackdocent Marieke van Willigen. Haar meest opvallende commentaar was dat ik het perfect had geschreven als een Magazine-artikel. Echter, er is een stijlverschil tussen Magazine en Traveler en omdat ik (nog) geen ervaring had met Traveler had ik die gemist. Ik ging volgens Veerle veel te diep in op de geschiedenis, de theorie, en te weinig op mijn eigen ervaringen zelf. Ik bleef te lang hangen op bepaalde punten en sloeg andere dingen, zoals wat je zou kunnen bestellen in restaurantjes, over, terwijl dat juist de dingen zijn die een Traveler-verslag interessanter maken.

Ik was erg blij met haar advies en heb vrijwel alles verwerkt. Vervolgens heb ik het nog een keer opgestuurd en bevestiging gekregen dat het goed was. Helaas kon het niet gepubliceerd worden omdat ze voor dit jaar al aan hun quotum 48 uur in’s zaten.

Tweede poging

Als feedback na mijn eerste assessment kreeg ik terug dat ik niet goed genoeg had nagedacht over een aantal vragen die samenhangen met het schrijven van dit soort producties voor internet. Het ging om de vragen: Waarom kies je ervoor deze productie voor online te schrijven? Wat is het verschil tussen voor print en online schrijven? Waarin uit zich dat? Wat betekent dat voor de doelgroep?

Deze vragen kan ik nu beantwoorden. Allereerst: de keuze om dit voor online te schrijven is makkelijk. Ten eerste is de multimedialiteit praktisch: een interactief kaartje zoals het mijne is niet in deze vorm te printen. Ook zijn hyperlinks altijd een groot voordeel, je weet meteen waar je zijn moet voor bepaalde dingen. Daarnaast wordt deze rubriek simpelweg vrijwel altijd gebruikt voor online, slechts zelden wordt de printeditie gehaald.

Het grote verschil is zoals ik al zei, de multimedialiteit. Daarnaast moet je er normaal rekening mee houden dat zinnen bij online minder lang zijn en er meer gebruik wordt gemaakt van tussenkopjes en dergelijke. Qua schrijfstijl wijkt NatGeo daar echter enigszins vanaf: voor zowel online als print gebruiken ze lange zinnen. Dat is gewoon wat de doelgroep leest.

Om door te gaan op die doelgroep: het voornaamste verschil is dat de klassieke doelgroep door online wordt aangevuld met de (waarschijnlijk) minder welvarende doch even geïnteresseerde jongere. Er is veel sneller toegang tot de tekst en dat is waar het verschil ligt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *