Verantwoording Kaaskoppen en kilts: over whisky in Nederland

Mijn vader had een voorliefde voor whisky. Een groot kenner was hij niet, hij kwam niet in de buurt van de fanatici die in het stuk worden beschreven. Toch hadden we wel een aantal flessen in de kelder staan en in het weekend kon hij toch genieten van een glaasje. Toen ik op een avond een fles opzocht in een whiskynaslagwerkje, besefte ik opeens dat 80% van het boekje over Schotse en Ierse whisky ging. Nederland kwam zelfs niet eens voor. Dat wekte mijn interesse.

Een korte zoektocht later had ik de twee ‘grote’ destilleerderijen (volgens Van Dale kan zowel distilleren als destilleren) van Nederland onder de loep: Zuidam en Frysk Hynder. Mijn plan was, heel basaal: spreek die mensen en zoek uit waarom Nederland geen whiskyland is.

Diepgang
Maar aangezien ik dit artikel voor de competentie Diepgang wilde inleveren, vond ik dat niet genoeg. Het kwam niet over alsof er diepgang bij kwam kijken. Het was mijn doel om van een onderwerp dat niet zo diepgaand lijkt, tóch wat dieper te graven. Ik overlegde hierover met mijn SLB’er. Samen kwamen we tot de conclusie dat de diepgang niet hoeft te zitten in het eindproduct, maar ook kan gaan zitten in de voorbereiding. In dat geval zou mijn snelle internetzoektocht eens flink uitgebreid moeten worden.

En zo geschiedde. In de Bibliotheek van Amsterdam ging ik op zoek naar boeken over whisky. Ik vond er een aantal, maar in de meeste boeken ontbrak elk spoor van Nederlandse varianten. Het boek “Wat je als whiskyliefhebber moet weten” was een uitzondering daarop. Het is dan ook geschreven door de Nederlander Hans Offringa. Hij is internationaal bekend als media-expert, whiskyconnoisseur, Kentucky Colonel en Keeper of the Quaich. Een hoge pief in whiskyland.

Ik vulde het contactformulier in op zijn website en ging op zoek naar andere experts, want ik had weinig hoop dat hij zou antwoorden. Tot mijn verrassing deed hij dat wel: hij verwees me naar Ronald Zwartepoorte en Wieger Favier en gaf me hun mailadressen. Ik nam diezelfde dag contact op met Favier en interviewde hem een week later telefonisch.

Bouwplan
Ondertussen maakte ik een bouwplan. Zou het een enkel interview worden? Een verslag? Deze twee genres vond ik allebei niet toepasselijk. Een interview zou genoeg informatie geven, maar een heleboel mooie details achterwege laten en slechts één visie tonen. Er waren genoeg evenementen voor sfeer- of nieuwsverslagen, maar dat miste het diepgaande, het informatieve. Nieuwsberichten vielen uiteraard meteen af. Ik had veel informatie, veel darlings om te killen. Ik koos dus voor een (lang) achtergrondverhaal. Verder keek ik naar evenementen om naartoe te gaan. Zo kwam ik bij Whisky by the Sea en het Potstillfestival uit.

Ik bedacht tijdens het maken van dit bouwplan ook de doelgroep en een deel van de lay-out. Ik besefte me dat er foto’s nodig waren, en waarom zou ik die niet zelf maken? Daarnaast kwam “smaaknotities” op mijn lijstje te staan; niet noodzakelijk voor het lopen van het verhaal, maar wel een leuke extra die het afmaakt.

De doelgroep is de lezer van het tijdschrift Esquire: een moderne man die zijn leven graag stijlvol aankleedt, of het nu de samenstelling van zijn garderobe, de inrichting van zijn woning of de keuze voor een mechanisch horloge betreft. Omdat stijl en inhoud twee kanten van dezelfde medaille zijn, is de Esquire-man geëngageerd; hij staat met beide benen in de maatschappij en heeft oog voor de wereld.

Voorbereiding
Om me verder voor te bereiden ging ik naar whiskyspeciaalzaak The Old Pipe in Sint Oedenrode. Hier runnen Johan van Boxmeer en Ilse Smits een winkel met honderden speciale, dure en exclusieve whisky’s. Het was erg informatief, maar helaas kon Ilse me niet veel verder helpen met mijn verhaal. Ze wist namelijk alles over allerlei whisky’s, maar vrij weinig over Nederlandse whisky’s en de populariteit daarvan. Wel kon ze me veel achtergrondkennis bijbrengen over wetgeving, stookproces, soorten, smaken, prijzen enzovoorts. Ook was de winkel een mooie locatie voor wat foto’s. Ik heb erg veel van haar geleerd, maar het komt niet allemaal naar voren in het artikel.

Het stookproces bijvoorbeeld is een enorm complex proces. Als ik daarop in zou gaan, zou dat mijn stuk breken. Het zou een lap theorie is die niet nodig is voor het artikel. Zelfs in een kadertje zou het niet bijzonder veel extra’s zijn.

In het telefonische interview met Wieger Favier ging het over zijn mening over Nederlandse whisky’s en over het ontstaan en de toekomst van de populariteitsboost. Ook kon hij me, door zijn werk als schrijver, allerlei goede tips geven. Zo vertelde hij me over IJsvogel in Arcen. Hij meldde ook dat Ronald Zwartepoorte de organisator van Whisky by the Sea is. Als ik daarheen wilde, moest ik Ronald maar even bellen (dat deed ik dus ook meteen). Ook gaf hij me het mailadres van Jan Beek, de onafhankelijke organisator van het Potstillfestival en de schrijver van mijn smaaknotities.

Favier kon me dus flink op weg helpen met mijn stuk. Later sprak ik hem nog een keer in het echt, op het Potstillfestival.

Ronald was toevallig onderweg naar het vliegveld voor een reisje Schotland (wat zou hij daar nou gaan doen?) maar hij zou zorgen dat er een vrijkaartje klaarlag voor me. Dat was voor mij als student een opsteker.

Festivals
Het festival zelf was ook bijzonder informatief. Ik sprak hier met Meinderd Kampen (eigenaar en oprichter Eyland Legendt) en uiteraard met Ronald Zwartepoorte zelf. Ook kon ik hier erg veel mooie foto’s maken. Er stond ook een standje van Zuidam, maar Patrick van Zuidam (de oprichter en eigenaar) zelf was niet aanwezig. Ik sprak een van zijn werknemers, maar die had weinig boeiends te vertellen.

Een week later volgde het Potstillfestival in Amersfoort. Ik had Jan Beek gebeld over mijn aanwezigheid en ook van hem mocht ik gratis binnen. Hoewel het festival een stuk minder sfeervol was dan Whisky by the Sea, was het voor mij wel net zo informatief. Hier stond Patrick Zuidam tenslotte wel zelf, evenals Lisanne Benus (oprichter en eigenaar van Eastmoor Whisky). Wieger Favier en Jan Beek liepen hier rond. Genoeg te halen voor mij.

Datzelfde weekend vertrok ik naar Arcen voor de opening van het vat IJsvogel whisky. Ik sprak hier Toon van den Reek, de eigenaar van de distilleerderij en voormalig eigenaar van de Hertog Jan-brouwerij. Het was een prachtige plek, een soort museum waar gestookt werd. Van den Reek kon me genoeg interessants vertellen voor een vermelding in het artikel en ik had een aantal mooie foto’s gemaakt.

Schrijven
Toen kon ik beginnen met schrijven. Ik had uitzonderlijk veel informatie van de beste bronnen van ons land. Toch was het selecteren niet zo moeilijk: ik had een heel gekaderd onderwerp in mijn hoofd en als ik alle informatie gebruikte die ze daarover zeiden, had ik precies genoeg.

In de eerste instantie had het artikel een bewust gekozen chronologische opbouw: Whisky by the Sea, Potstill en IJsvogel. In de formatieve feedback kwam naar voren dat de opbouw echter nog wat langzaam was: de lezer kwam er pas na drie alinea’s achter dat het over Nederlandse whisky’s ging. Daarnaast liep het stukje over IJsvogel een beetje uit de pas; het was wel relevant, maar het paste niet goed op de plek waar ik het had staan. Daarom heb ik gekozen voor een chronologische wissel: ik begin met het stuk over IJsvogel, vervolgens komt Whisky by the Sea weer terug. Zo weet de lezer meteen waar het artikel over gaat voor ik de daadwerkelijke vragen ga stellen.

Ook kwam er in de feedback terug dat het meervoud van ‘whisky’ niet ‘whiskies’ is, zoals in het Engels, maar ‘whisky’s’. Dat was mij niet bekend, dus ik heb het overal aangepast.

Naast de formatieve feedback heb ik het artikel laten lezen aan Wieger Favier en aan een aantal vrienden en klasgenoten, die allemaal hun scherpe feedback teruggaven. Een enkeling gaf advies waar ik niets mee heb gedaan, omdat ik het er niet mee eens was. Wieger zei bijvoorbeeld dat hij niet met een sfeerelement zou beginnen, maar dit is juist precies wat ik wilde.

Ook zei hij dat hij nooit heeft gezegd dat ‘whisky gaat vervelen’. Omdat ik me niet kon voorstellen dat ik zomaar quotes had bedacht, keek ik het na in mijn aantekeningen. Die schreef ik live mee tijdens het gesprek. Daar stond wel degelijk dat hij wel degelijk dat had gezegd. Ik heb het dus ook laten staan.

Voor de smaaknotities heb ik bewust gekozen voor Jan Beek, op aanraden van Favier. Beek komt niet naar voren in mijn artikel en is niet verbonden aan stokerijen in het algemeen. Daarnaast kent hij alle smaken uit zijn hoofd. Behalve die van IJsvogel. Ik heb dus aan Toon van den Reek gevraagd of hij een sample naar Beek kon opsturen, vervolgens stuurde hij een hele fles. Jan Beek heeft me vervolgens met alle plezier geholpen.

Over de lay-out van het artikel op de blog heb ik ook nagedacht. Vanaf het begin was het plan van de foto’s en de kaders met smaaknotities er. Mijn eerste idee was om dit artikel voor een tijdschrift te maken. Dat zou de lay-out echter anders maken en dat ging niet. Toch wilde ik de kaders vasthouden. Ik heb gekozen voor een onopvallende achtergrondkleur en heb (met dank aan het techdesk) alles vormgegeven zoals dat logisch is voor een online publicatie. Onder de kaders met smaaknotities is wat witruimte. Hier is helaas niets aan te doen, dat komt doordat de kaders gemaakt zijn met een plug in. In theorie zou ik het aan kunnen passen, maar dan zou de site niet meer compatible zijn voor andere browsers (of voor een download).

Na het assessment

Tijdens mijn eerste afstudeerpoging concludeerden de assessoren dat er een gebrek aan onderbouwing was in het verhaal. Hoewel het verhaal an sich goed liep, miste er een belangrijk element: cijfers.

Na het assessment ben ik dus vrij snel op zoek gegaan naar de cijfers en ook meteen gevonden. Ik kreeg een groot aantal jaarverslagen van de wereldwijde organisatie die alles met whisky regelt: de Scottish Whisky Association. Uit hun cijfers bleek wat ik al vermoedde: de verkoop- en importcijfers schoten de lucht in. Ook nam ik contact op met de Commissie Gedistilleerd. Zij hadden minder cijfers of mochten die niet vrijgeven, maar met wat ik wel kreeg, kon ik een aardig beeld krijgen.

Die cijfers heb ik verwerkt in een mooie grafiek waarin je uitstekend het resultaat kunt zien. Omdat ik zoiets ‘klinisch’ als cijfers niet mooi vind passen in het lopende grote verhaal, zette ik de grafieken en het bijbehorende tekstje in een kadertje. Ik heb het kader onderaan erbij gezet, omdat ik ontdekte dat de geëmbedde infographic enorm was op het scherm. Als je dat halverwege het verhaal zou plakken, moest je eerst een flink stuk omlaag scrollen voor je verder kon lezen. Dan geldt natuurlijk ook het argument dat zoiets het verhaal breekt.

Daarnaast heb ik het geheel weer opgestuurd voor feedback, deze keer gekregen van Jules Seegers. Hij haalde een aantal kleine dingen eruit en stelde een aantal vragen, waar ik vervolgens rekening mee heb gehouden in het verhaal. Er is verder niets ingrijpend veranderd in het artikel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *